Soms maak je dingen mee, waarvan je afvraagt of het nou echt gebeurd is, of dat je het hebt gedroomd. Zo ook het volgende verhaal:
Het is laat in de middag en het is nog licht als ik uit de metro stap op station Bijlmer. In de verte gaat een alarm af, maar als de metro vertrekt realiseer ik me dat het in het stationsgebouw is. Om me heen lopen forensen, die allemaal niks door lijken te hebben. Of in ieder geval doen alsof het alarm niet voor hun is. Als ik de lange trap afdaal naar beneden, hoor ik een vrouwenstem dringend omroepen “Attentie, attentie, verlaat het gebouw onmiddelijk via de daarvoor bestemde uitgangen”. Verbijsterd kijk ik om me heen, niemand heeft aandacht voor de urgente toon van de omroepster. Ook is er geen rook zichtbaar, of NS-personeel, klaar om aanwijzingen te geven. Ik ga de roltrap op naar het treinperron. Op het perron staat Dolf Janssen. Ook Dolf Janssen heeft geen aandacht voor het alarm. Aan de overkant, op het metroperron staat een vrouw bij de lift. Naast haar zit haar man in een elektrische rolstoel en meewarig drukken ze op het liftknopje. Maar de lift komt niet. Ik roep naar ze dat de lift niet komt vanwege het alarm. Het brandalarm heeft vast ook de liften uitgeschakeld. Ze knikken naar me, maar begrijpen me niet. Ik kijk op de klok. Mijn trein gaat pas over 10 minuten. Ik loop de roltrap af naar een alarmpaal. Ik druk op de knop, maar niemand geeft antwoord. Op paal zit een sticker, dat de paal nog niet in gebruik is. Ik kijk om me heen en zie dat op elke alarmpaal dezelfde sticker zit. Omdat er nergens iemand van de NS of van de beveiliging is te zien loop ik naar de Etos. In de Etos hebben ze ook geen idee wie ze kunnen vragen om hulp voor de man met de rolstoel. Mijn trein vertrekt bijna, dus ik ga weer omhoog. Het alarm stopt. In de verte lijkt de liftdeur zich te openen en te sluiten.
Bovenaan de trap, op het perron, leegt een schoonmaker met geel hesje een prullebak. Een man vraagt aan de schoonmaker “Was dit een oefening?”. “Ja”, zegt de schoonmaker, “dit was niet echt.”. Mijn trein rijdt het station binnen en Dolf Janssen loopt me voorbij naar de eerste klas. Ik stap in en ga zitten. In de tweede klas. De trein rijdt weg en alles is weer normaal.
Postzegelcriminaliteit
De ophef over de “postzegels met de beeltenis van Holleeder” is toch wel een voorbeeld van Nederland op zijn smalst.
Op de radio mocht ik kamerlid en crime fighter Fred “Blaffen, maar niet bijten” Teeven aanhoren, hoe hij deze ludieke actie vond getuigen van een gebrek aan maatschappelijk ondernemingsinzicht van de TNT.
Nou getuigt die opmerking van een relatief groot gebrek aan kennis. De grootste leugen in dit verhaal (en eentje die de TNT niet snel zal gaan weerspreken) is namelijk dat je daadwerkelijk je “eigen” postzegels krijgt. Zelf heb ik namelijk ook wel eens gepersonaliseerde zegels besteld. Wat je ontvangt van TNT is een velletje gewone zegels, met aan die gewone zegels vast het fotootje dat je opgestuurd op postzegelformaat (en gedrukt op postzegelpapier). Zonder de aangrenzende zegel is je “persoonlijke” zegel geen ene fluit waard.
Je kunt het vergelijken met zelf een tekeningetje maken naast een reguliere postzegel, zoals kinderen dat wel eens doen. Of dat je zelf een pasfoto plakt naast de zegel. Ook is het niet zo dat de zelfgemaakte zegel in de gewone verkoop komt. De enige die ze krijgt (en op brieven kan plakken) dat ben je zelf. De kans dat je deze zegel dus ooit tegenkomt is praktisch nul. Misschien als je vaak post krijgt van de Hell’s Angels, maar dan heb je wel andere problemen.
Kortom, Fred, waar hebben we het eigenlijk over?